© Pixabay

Thuiswerk is in het Brussels Gewest een blijvend fenomeen geworden

De COVID-19-crisis heeft het dagelijks leven van werknemers ingrijpend veranderd, met name wat betreft thuiswerk. Sinds het einde van de crisis is er een nieuw normaal ontstaan, met andere werkgewoonten dan voorheen. In deze "In de kijker" wordt de situatie vóór en na de COVID-19-crisis vergeleken, met behulp van gegevens uit de Enquête naar de arbeidskrachten. Er wordt gekeken naar de veranderingen in thuiswerk door werknemers van wie de werkplaats zich in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt.

Thuiswerk is twee keer zo wijdverspreid als vóór de gezondheidscrisis

In Brussel werkte in 2019 1 op de 4 werknemers minstens één uur per maand thuis. Dit cijfer betreft werknemers van wie de werkplek zich in het Brussels Gewest bevindt, ongeacht of ze daar wonen of niet. Thuiswerk nam toen licht toe, maar zonder opvallende ontwikkeling.

In 2020 zorgde de COVID-19-crisis voor een snelle toename van thuiswerk, met een piek in 2021, toen 60 % van de werknemers ten minste een deel van de tijd thuis werkte. Sinds 2022 heeft deze praktijk zich gestabiliseerd rond 53 %, wat aantoont dat er nieuwe werkgewoonten zijn ontstaan. In 2025 werkt 55 % van de werknemers thuis, dat is meer dan 1 op de 2 mensen.

1. Fréquence du travail à domicile chez les salarié·es qui travaillent en Région bruxelloise

Avant, pendant et après la crise du COVID-19 (en pourcentage)

De frequentie van thuiswerk is toegenomen...

De meest opvallende ontwikkeling betreft intensief thuiswerk, dat wil zeggen thuiswerk gedurende ten minste de helft van de werktijd (maar niet de hele tijd). Deze vorm van thuiswerk is meer dan vertienvoudigd: 25 % van de werknemers gebruikt het nu, vergeleken met slechts 2 % vóór de crisis.

Daarentegen is er weinig veranderd in het occasioneel thuiswerk (minder dan de helft van de werktijd): zowel vóór als na de crisis betreft dit ongeveer een kwart van de werknemers. Permanent thuiswerk is nog steeds zeer zeldzaam: het werd vóór de crisis door 1 % van de werknemers toegepast en in 2025 door 2 %.
 

… vooral bij pendelaars

Het gebruik van thuiswerk verschilt naargelang de woonplaats. Werknemers die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werken, wonen daar niet noodzakelijk. De helft van hen woont buiten het Gewest en pendelt naar hun werk. Deze pendelaars hebben altijd vaker thuis gewerkt dan de Brusselaars. Dat was al zo vóór de crisis (28 % van de pendelaars tegenover 21 % van de Brusselaars in 2017), en dat blijft zo na de crisis (62 % van de pendelaars tegenover 47 % van de Brusselaars in 2025).

Dit verschil tussen pendelaars en Brusselaars is vooral duidelijk voor intensief thuiswerk. Voor de crisis was deze praktijk zeldzaam, zowel bij pendelaars als bij Brusselaars. Na de crisis werkt bijna een derde van de pendelaars intensief thuis (32 % in 2025), vergeleken met 18 % van de Brusselaars.
 

2. Part des salarié·es en Région bruxelloise qui pratiquent le travail à domicile intensif

selon le lieu de résidence (en pourcentage)

Enquête naar de arbeidskrachten (EAK)

De EAK is een enquête die sinds 1983 wordt uitgevoerd door Statbel, het Belgisch Bureau voor de Statistiek. Het doel ervan is de situatie van de bevolking ten opzichte van de arbeidsmarkt in kaart te brengen en informatie te verzamelen over de respondenten en hun werk. Sommige van deze gegevens, zoals deze over thuiswerk, zijn niet beschikbaar via andere bronnen.

Thuiswerk 

In de EAK wordt thuiswerk gedefinieerd als elk productief werk dat verband houdt met de huidige hoofdbaan van de persoon en thuis wordt uitgevoerd. Thuiswerk is daarom niet helemaal synoniem aan "telewerken", aangezien dit laatste ook buiten de woning kan plaatsvinden. Er is echter een grote overlap tussen beide definities. De EAK-vraag die voor deze analyse wordt gebruikt is: "Hoe vaak heb je thuis gewerkt tijdens de referentiemaand?". De aangeboden antwoordopties zijn:

•   Altijd (hier, "permanent thuiswerk")
•   De helft van de werktijd of meer (hier "intensief thuiswerk")
•   Minder dan de helft van de werktijd, maar minstens een uur (hier "occasioneel thuiswerk")
•   Nooit


Meer weten